Kweken

De kweek is een belangrijk aspect van de hobby voor de meeste liefhebbers. Vele beginners starten met deze droom en wie van de ervaren liefhebbers herinnert er zich niet het allereerste nestje dat ze gekweekt hebben? Valkparkieten zijn ideale vogels voor beginners. Voor iemand die bereid is om zich een beetje te informeren en te engageren zijn het weinig eisende vogels die doorgaans vlot tot kweken overgaan. Hieronder staat de belangrijkste basiskennis opdat de kweek met valkparkieten vlot en aangenaam zou verlopen, zowel voor de vogels als voor de liefhebber!

Valkparkieten worden geslachtsrijp gemiddeld rond 10 maanden ouderdom. Toch is het beter om nog wat langer te wachten voordat je hen laat kweken. Een minimum van één jaar is aangewezen, beter nog 18 maanden. De kans dat het eerste nest onbevruchte eieren oplevert, of onervaren ouders die het nest in de steek laten, is dan kleiner. Ook als de vogels oud genoeg zijn, wil een eerste nestje nog wel eens mislukken. Geef het dan zeker niet meteen op, maar gun de vogels de nodige rust, verzeker je ervan dat voeding, huisvesting, etc. inorde zijn en geef ze een tweede kans.

BleekmaskerWitmasker man x Witmasker cinnamon op het nest. - Lieke Gielen

BleekmaskerWitmasker man x Witmasker cinnamon op het nest. – Lieke Gielen

De start van het kweekseizoen is bij de meeste liefhebbers (die buiten kweken) in de loop van de maand maart, sommigen pas begin april, en het einde situeert zich in de maand augustus of september. Deze periode wordt bepaald door het weer (o.a. vorst), maar ook het aantal lichturen op een dag is van groot belang. Die bepalen hoeveel voer een jong krijgt op een dag. Ook ’s nachts krijgen de jongen voer, maar de pop kan slechts de hoeveelheid voeren die ze dan nog in de krop heeft, ze gaat immers niet opnieuw eten ’s nachts. Ongeveer vanaf half maart tot eind september zijn er minimaal 12u licht per dag, maar in maart is er vaak nog kans op (nacht)vorst.

BleekmaskerWitmasker man houdt de omgeving goed in de gaten, terwijl de pop aan het broeden is.

BleekmaskerWitmasker man houdt de omgeving goed in de gaten, terwijl de pop aan het broeden is.

Een geschikte nestkast of broedblok voor valkparkieten heeft een bodemoppervlak van ca. 20 tot 25cm in het vierkant en is 30 tot 35cm hoog. De invliegopening (ingang) is rond de 7cm diameter. In een groter broedblok geraken de jongen al eens vanonder de ouders uit waarna ze onderkoeld kunnen raken met mogelijk dodelijke afloop. Een te kleine nestkast kan dan weer problemen opleveren wanneer de jongen groter worden, vooral bij grote nesten. De jongen zullen dan vroeger uitvliegen dan de bedoeling is en nog enkele dagen op de bodem van de voliere doorbrengen. Een deurtje langs de zijkant is misschien wel het handigst, dan kan het blok gewoon blijven hangen tijdens nestcontrole. Een laddertje, bv. uit gaas, wordt wel eens voorzien van de nestopening tot op de bodem, opdat de vogels niet ‘op de eieren springen’ wanneer ze het blok in gaan. Echt noodzakelijk is dit zeker niet.

Diverse types van bodembedekking in het broedblok zijn mogelijk, belangrijk is dat deze absorberend is en dat er geen harde of scherpe stukken in zitten, dus (enigszins) zacht. Maar daarin kan je ook overdrijven: bv. in een dikke laag van zacht materiaal kunnen eieren mogelijk ondergestopt raken en zo verloren gaan. Je kan als bodembedekking bv. een mengsel van houtkrullen en turf gebruiken, of snippers van diverse houtsoorten gemengd met wat hennepstro. De bodembedekking kan je wekelijks verversen zolang de jongen in het nest zitten. Als de uitwerpselen aan elkaar plakken van het vocht, is dit zeker aangewezen. Andere kwekers kiezen ervoor om dit niet te doen en behalen ook goede resultaten.

Na het ophangen van het blok in het voorjaar gaat het koppel niet veel later en soms dezelfde dag nog tot paren over. Na een week tot 10 dagen ligt het eerste ei er, om de andere dag legt de pop er eentje bij tot een gemiddelde nestgrootte van 4 tot 6 eitjes. Bij valkparkieten broeden zowel man als pop, de man overdag en de pop tijdens de nacht. Eenmaal de ouders vast broeden, duurt het ca. 18 of 19 dagen voordat het eerste ei uitkomt. Jongen die geboren worden uit eieren die laatst gelegd worden, lijken meestal een deel van hun achterstand in te halen waardoor ze niet veel later uitvliegen. Dit wordt waargenomen bij diverse vogelsoorten en is ook onderzocht: blijkt dat moeder natuur bij sommige vogelsoorten mechanismen heeft ontwikkeld om de kleinste jongen meer overlevingskans te gunnen (o.a. Caldwell Hahn, 2011).

Nest vol opaline jongen, ook in cinnamon en cinnamon geelwang. - Lieke Gielen

Nest vol opaline jongen, ook in cinnamon en cinnamon geelwang. – Lieke Gielen

Op een leeftijd van ca. 10 tot 12 dagen worden valkparkieten geringd, met een ring van 5,4 of 5,5 mm diameter, 6mm gaat ook. Sommige jongen groeien sneller dan andere, de juiste leeftijd voor het ringen kan je ook inschatten aan de hand van de groei van de poten. Wanneer er grijze aanslag op de tenen verschijnt, moet er zo snel mogelijk geringd worden want dan worden de botten minder flexibel. Het ringen zelf bestaat uit het schuiven van de ring over de drie grootste tenen, waarbij de grootste achterteen naar voor wordt gebogen. Het kleinste teentje ligt dan tegen de pols, onder de ring, en wordt voorzichtig vanonder de ring getrokken.

Jong cinnamon opaline geelwang popje. - Lieke Gielen

Jong cinnamon opaline geelwang popje. – Lieke Gielen

Beginnende kwekers hebben vaak de reflex om de vogels zo weinig mogelijk te storen tijdens het broeden en grootbrengen van de jongen. Maar een est jongen laten opgroeien zonder enige vorm van nestcontrole is niet wenselijk: je moet ze toch af en toe storen om te ringen of te checken of alles inorde is. Een dood jong of een rot ei wordt immers best zo snel mogelijk verwijderd, jongen die niet goed gevoerd worden kunnen overgezet worden naar een ander koppel, etc. Dit hoeft helemaal geen probleem te zijn, het is een kwestie van gewenning: als een kweekkoppel gewend is aan nestcontrole maken ze er doorgaans geen probleem van. Met een dagelijkse nestcontrole – best vanaf dat de nestkast ophangt – maakt de doorsnee valkparkiet snel gewend. Er zijn voorbeelden zat van kwekers die een broedende man of pop met de hand van het nest kunnen tillen zonder dat de vogel in paniek raakt. Valkparkieten storen zich normaal gezien ook niet aan jongen of eieren die een andere geur krijgen doordat ze vastgenomen zijn door mensen. Zelfs als het blok eventjes weggenomen wordt, bv. omdat je de bodembedekking vervangt, gaan ze er meteen weer in vanaf dat het terug hangt.

Door jongen regelmatig in de handen te nemen kan je ze ook vrij tam maken zonder dat je aan handopfok hoeft te doen. Hiermee komen we bij een volgend, gevoelig thema onder de vogelliefhebbers: handopfok. Als werkgroep zijn wij geen voorstander van handopfok van valkparkieten. De psychologische gevolgen daarvan voor de vogel worden door velen onderschat, diverse gedragsproblemen zijn één van de mogelijke gevolgen. Om niet aan te moedigen tot handopfok gaan we dit thema niet verder behandelen op deze website. Anderzijds zijn wij niet afkerig tegen liefhebbers die dit wel toepassen, dat is ieders vrije keuze. Soms gebeurt het ook uit noodzaak, bv. bij sterfte van een oudervogel (ter info: in Nederland is handopfok bij wet verboden sinds 1 juli 2014, tenzij als noodoplossing).

Jong opaline mannetje. - Lieke Gielen

Jong opaline mannetje. – Lieke Gielen

Tot slot nog het belang van een goede administratie bij de kweek, bv. in de vorm van een kweekboek. Dit kan je bijhouden op papier of op de computer (bv. in Excel). Voordeel van het eerste is dat je dit kan bijhouden in de buurt van de voliere (bv. een fiche aan iedere vlucht) en zo nauwkeuriger alles neerpent wanneer je het ziet. Voordeel van het digitale is dat het sneller en eenvoudiger werkt en opgeslagen wordt. Een voorbeeld van de informatie die je kan bijhouden (per koppel, per nest): aantal eieren, aantal jongen, data waarop eieren gelegd zijn en uitkomen, kleurmutaties en geslachten van de jongen, data van uitvliegen. Voor een beginner lijkt dit misschien allemaal wat overdreven, maar ervaren kwekers weten dit naar waarde te schatten. Kopers van je vogels zijn vaak maar wat blij met deze info. En jaren later kan je nog terugvinden in welke vogel een bepaalde split moet hebben gezeten (waar je dan generaties later achter komt), een andere liefhebber informeren over een vogel die hij of zij gekocht heeft en die jij ooit nog gekweekt hebt, verwantschap achterhalen van vogels, etc. Je kan er ook van bijleren over de kweek: misschien achterhaal je wel dat het eerste nestje in het voorjaar bij een bepaald koppel regelmatig mislukt, dat bij een ander koppel het eerste ei van het nest vaak onbevrucht is, dat nog een ander koppel eigenlijk steevast maar drie jongen grootbrengt, … soms zijn daar zaken bij waarop wij als liefhebber kunnen ingrijpen!

Twee geelwang cinnamon opaline jongen. - Lieke Gielen

Twee geelwang cinnamon opaline jongen. – Lieke Gielen

Referenties

Caldwell Hahn D. 2011. Patterns of maternal yolk hormones in eastern screech owl (Megascops asio). USGS staff – published research. Paper 543.

4 Responsesso far.

  1. Hallo,

    Het punt over handopfok kan misschien beter nog uitgebreid worden dat handopfokjes pas verkocht mogen worden als ze zelfstandig eten. Dat is nl een tweede probleem/geval die helaas nog voorkomt. Ze zeggen dat het noodzaak was, maar ze nemen niet de verantwoordelijk om pas te verkopen als ze zelfstandig zijn (wat ook in de wet staat)

  2. de munck schreef:

    Beste,

    ik heb al meer dan twee weken een nestblok hangen de valkparkieten zijn er nog niet in geweest.
    wat kan ik hieraan doen?
    moet ik het mannetje vangen of het vrouwtje en ze er hand matig in zetten of ?

    groeten

    • werkgroepvalkparkieten schreef:

      Dat is vreemd, ofwel is er dus een probleem met de vogels (te jong, geen klik bij het koppel, …) ofwel met het nestblok: is de nestopening toch wel groot genoeg (ongeveer 7cm)?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *