Kleurstoffen

Valkparkieten bezitten hun kleur door de aan- of afwezigheid van twee types van kleurstoffen of pigmenten: eumelanine en psittacines. Bij de meeste kromsnavels speelt ook de vederstructuur een belangrijke rol, maar bij valkparkieten niet. Kleurmutaties beïnvloeden de kleur van een vogel dus bij de valkparkiet via een effect op deze kleurstoffen. Laten we dat naderbij bekijken!

Eumelanine

Eumelanine is in zijn pure vorm zwart van kleur. Wanneer het in lagere concentratie aanwezig is, kan het ook grijze tot zelfs bruine kleuren vormen. Eumelanine wordt niet aangemaakt in de veren maar wel in melanocyten in de huid in de nabijheid van de veerfollikel, waarna het getransporteerd wordt en afgezet in de veer. Eumelanine komt trouwens ook buiten de bevedering voor op vele andere plaatsen zoals in de ogen en in cellen van de poten, bek en nagels.

Kleurmutaties kunnen de kleur van veren veranderen door in te grijpen op het eumelanine. Dit kunnen ze doen op verschillende manieren, want er zijn veel stappen nodig vooraleer eumelanine een veer kleurt. Eumelanine komt namelijk voor in ‘pakketjes’, ook wel granules of melanosomen genoemd. Deze bestaan uit een matrix (omhulsel) met daarin het eumelanine pigment. Ruwweg zijn er drie stappen nodig om eumelanine in een veer te krijgen:

  1. Vorming van eiwit matrix
  2. Vorming van eumelanine binnen de matrix
  3. Transport van melanosomen naar de veer

De chemische reactie voor de vorming van eumelanine staat afgebeeld in de figuur hieronder, evenals het onderscheid met de vorming van phaeomelanine. Dit is ook een bruin pigment dat voorkomt bij diverse vogelsoorten maar tot dusver nog nooit is teruggevonden in kromsnavels.

Figuur: Eumelanine en phaeomelanine vorming (bron: MUTAVI)

Figuur: Eumelanine en phaeomelanine vorming (bron: MUTAVI)

De cinnamon mutatie beïnvloedt de vorming van het eumelanine via het Tyrosinase related proteïn I eiwit (TRP I). Dit is nodig

voor één van de laatste stappen in de eumelanine vorming (zie figuur). In geval van de cinnamon mutatie wordt een chemische oxidatie verhinderd, waardoor het aldus gevormde product bruin gekleurd is in plaats van zwart. De andere stappen (vorming van matrix, transport naar en afzetting in de veer) worden gewoon uitgevoerd. Het eumelanine is dus in normale hoeveelheden aanwezig in een cinnamon veer, maar het is anders van kleur.

Een ander voorbeeld is de lutino mutatie: die grijpt in op de vorming van de matrix. Deze worden maar in lage aantallen aangemaakt en zijn dan nog eens van slechte kwaliteit. Hierdoor wordt er ook maar zeer weinig eumelanine in gevormd. Het transport gebeurt op normale wijze, maar de melanosomen zijn in lage aantallen aanwezig en bevatten veel minder eumelanine.

Mutaties die de vorming van de matrix of het eumelanine daarin (stap 1 en 2 hierboven), beïnvloeden worden onder albinisme gerekend. Bij de valkparkiet zijn dit: cinnamon, lutino, en wellicht ook bronze fallow en pale fallow. Mutaties die het transport (stap 3 hierboven) van eumelanine granules naar de veer verstoren of wijzigen, vallen onder dilutie (verdunning). Het enzym Myosine Va heeft daar mogelijk mee te maken (Van den Abeele, 2013). Bij de valkparkiet valt de dominant gezoomde mutatie hieronder. Vandaar de verschillende effecten in verschillende lichaamsdelen bij de dominant gezoomde: kleur van poten, nagels, ogen en kopbevedering is doorgaans minder tot niet gewijzigd. Een laatste manier waarop kleurmutaties via het eumelanine werken, is leucisme. Dit zijn de bontvormen, waaronder het autosomaal recessief bont bij de valkparkiet. Deze veroorzaken een afwijkende verdeling van de melanocyten in de huid. Veren waarrond de huid geen melanocyten bevatten, bevatten geen eumelanine en zijn daardoor wit/geel van kleur, bont dus. Daarmee hebben we de werking van de eumelanine mutaties bij de valkparkiet erop zitten!

Psittacines

Het woord psittacines – of synoniem psittacofulvines – wordt geschreven in het meervoud, want dit betreft heel waarschijnlijk een groep van pigmenten in plaats van één enkel. Over psittacines kunnen we – helaas – kort zijn: ze zijn verantwoordelijk voor de rode en gele kleuren in de bevedering bij papegaaiachtigen. Oranje ontstaat dan wellicht zeer eenvoudig door een mix van de twee. De chemische structuur van de psittacines is nog niet helemaal gekend en over de plaats en wijze van vorming is nog minder geweten. Onderzoek heeft al uitgewezen dat ze tot dusver uniek zijn voor papegaaiachtigen. Psittacines vinden we terug in zowat alle veren bij de valkparkiet, met uitzondering van de witte vleugelbalk. Op vele plaatsen in de bevedering neemt het eumelanine wel de overhand.

Bij andere vogelsoorten dan de kromsnavels vinden we vaak ook carotenoïden terug. Dit zijn heel ‘dankbare’ elementen in de kleurvorming omdat ze rechtstreeks opgenomen kunnen worden uit de voeding (via passage in het bloed). Daarmee kan je de kleurintensiteit dan ook wat sturen, zoals het geval is o.a. bij kanaries. Een grootschalig onderzoek op 44 soorten papegaaiachtigen heeft uitgewezen dat geen van allen carotenoïden heeft in de bevedering (McGraw & Nogare, 2005). Totnogtoe zijn er geen aanwijzingen dat psittacines kunnen gestuurd worden via de voeding, onderzoekers gaan er voorlopig vanuit dat dit niet het geval is. Psittacines zitten alvast niet in het bloed, dit is ook getest geweest door McGraw & Nogare (2005). Dit betekent dat ze wellicht lokaal – in de buurt van de veerfollikel – gevormd worden.

Referenties

McGraw K. J. & Nogare M.C. 2005. Distribution of unique red feather pigments in parrots. Biology Letters 1, doi: 10.1098/rsbl.2004.0269.

Van den Abeele D. 2013. Agaporniden, handboek en naslagwerk. Revised edition 2012-2013. Deel 2. 560p.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *