Algemeen

Tip: lees eerst de tekst over kleurvorming en vederstructuur

Bij de valkparkieten in Europa kennen we tot nu toe 10 ‘erkende’ kleurmutaties. Deze kan je op verschillende manieren indelen, bv. volgens de manier waarop ze werken. Bij kromsnavels in het algemeen zijn er drie elementen waarop kleurmutaties een invloed kunnen hebben en dus de kleur van de vogel veranderen. Bijgevolg kan je hiermee drie groepen van kleurmutaties onderscheiden naar hun werking:

1. Eumelanine mutaties: deze hebben een effect op de vorming, transport of verdeling van het eumelanine (zwarte kleurstof)
2. Psittacine mutaties: effect op de psittacines (gele en rode kleurstof)
3. Mutaties van de vederstructuur, meerbepaald de sponszone

Valkparkieten hebben geen sponszone in de vederstructuur, dus de derde optie valt bij hen volledig weg. Dit betekent dat kleurmutaties zoals de donkerfactor, violetfactor en grijsfactor – die allen werken via de vederstructuur – niet mogelijk zijn (of geen visueel effect hebben) bij valkparkieten. We kunnen dus niet hopen dat deze op een dag ontstaan bij de valkparkiet, helaas!

Witmasker opaline pop. Witmasker is dezelfde mutatie als 'blauw' bij andere kromsnavels. Doordat ze de sponszonde niet bezitten, kunnen ze uiterlijk geen blauw tonen! - Lieke Gielen

Witmasker opaline pop. Witmasker is dezelfde mutatie als ‘blauw’ bij andere kromsnavels. Doordat ze de sponszonde niet bezitten, kunnen ze uiterlijk geen blauw tonen! – Lieke Gielen

De tien kleurmutaties bij de valkparkiet kan je ook indelen volgens de vorm van overerving: autosomaal of geslachtsgebonden recessief, of autosomaal dominant. Hieronder de indeling van de mutaties, onderstreept zijn de psittacine mutaties en vetgedrukt de eumelanine mutaties.

Autosomaal recessief: witmasker, bleekmasker, bont (getekend), bronze fallow en pale fallow
Autosomaal dominant: dominant gezoomd
Geslachtsgebonden recessief: opaline, cinnamon, lutino en geelwang

De opaline mutatie is speciaal in dit opzicht daar het de enige mutatie is die de verdeling van zowel het eumelanine als het psittacine wijzigt.

Binnen de eumelanine mutaties kunnen we nog verder onderverdelen in twee groepen. Er zijn de mutaties die het eumelanine gelijkmatig beïnvloeden (doorgaans reduceren) over het volledige verenkleed: cinnamon, lutino, pale fallow en bronze fallow. Daarnaast zijn er mutaties die plaatselijk het eumelanine reduceren en/of de verdeling van het eumelanine wijzigen en daarom een patroon vormen: bont en dominant gezoomd.

One Responseso far.

  1. koen schreef:

    wildkleur (X1 cinnamon) (X2 lutino)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *