Pale fallow

pale

Pale fallow pop en man – Yannick van Caekenberghe

Er bestaan twee fallow mutaties bij de valkparkiet in onze streken: de bronze fallow en de pale fallow. Deze laatste mutatie werd voor het eerst gekweekt in de jaren 1960 (Martin & Andersen, 2007). Vroeger werd de pale fallow ook wel “recessief zilver” genoemd. Deze mutatie is vandaag nog steeds zeldzaam. Het beperkte onderscheid met de wildkleur – op de oogkleur na – verklaart misschien waarom momenteel slechts een handvol kwekers de moeite nemen om deze mutatie voor het nageslacht te bewaren.

Een pale fallow valkparkiet is een lichtgrijze tot donkerbruine vogel met rode ogen en lichter gekleurde hoorndelen (snavel, nagels). De rode ogen zijn zeer goed zichtbaar bij jonge exemplaren. Bij oudere vogels kunnen de ogen donkerder verkleuren, zoals overigens het geval is bij alle drie de roodoog mutaties bij de valkparkiet (lutino, pale fallow en bronze fallow). Bij zijn ontstaan zou de pale fallow een zeer zwakke vogel geweest zijn volgens bepaalde bronnen (Cooke & Cooke 1993, Martin & Andersen, 2007). Van alle drie de roodoog mutaties bestaan er nog niet zoveel kwaliteitsvolle vogels. Een veelvoorkomende fout is een kale plek achter de kuif. Dit komt  bij de pale fallow gelukkig niet al te vaak voor. Wel is het zeer belangrijk om bij vogels van deze mutatie het formaat goed te bewaren en verder te verbeteren. Net als de andere roodoog mutaties is de pale fallow te herkennen in het nest vanaf de eerste dag na uitkippen doordat de rode oogkleur zichtbaar is doorheen de gesloten oogleden.

Net zoals de andere fallow mutaties vererft de pale fallow autosomaal recessief, heeft hij rode ogen en kwalitatieve reductie van het eumelanine in de lichaamsbevedering. Fallow mutaties zijn onder te verdelen in verschillende typen. Er is de indeling zoals voorgesteld door Dr. Terry Martin, van donker naar licht: ashen fallow, dun fallow, bronze fallow en pale fallow (Martin & Andersen, 2007). Dit naarmate de zwarte eumelanine kleur gereduceerd wordt naar respectievelijk lichtgrijs, grijsbruin, bruin of lichtbruin. Dirk Van den Abeele trekt dit in twijfel. Hij vermoedt het bestaan van drie fallow vormen en stelt een indeling voor waarbij de ashen fallow wegvalt (Van den Abeele, 2013). Die laatste mutatie zou trouwens enkel bij de valkparkiet bestaan.

Patrick Konz - Pale fallow witmasker man

Pale fallow witmasker man – Patrick Konz

 

Wat wij in het Nederlandstalige gebied als pale fallow benoemen, past duidelijk niet onder pale fallow in de bovenstaande indelingen … onze pale fallow komt meer overeen met de ashen fallow of anders de dun fallow. Onder meer de valkparkietenliefhebbers uit Frankrijk hadden dit al begrepen en noemen deze mutatie al jarenlang ‘fallow cendrée’. Dit is een letterlijke vertaling van ashen fallow. Om nog even verder te gaan op de indeling van fallow mutaties: wat wij bronze fallow noemen zou volgens de indeling van Dr. Terry Martin even goed kunnen doorgaan voor de pale fallow … U ziet, het laatste woord over de fallow mutaties bij de valkparkiet is nog niet gevallen. De toekomst zal uitwijzen hoe het zit!

Pale fallow bleekmaskerwitmasker man - Jean-Marie Charot

Pale fallow bleekmaskerwitmasker man – Jean-Marie Charot

Met pale fallow zijn mooie combinaties te maken met andere mutaties, vooral met de psittacine mutaties zoals witmasker, bleekmasker of geelwang. Het valt niet aan te raden in combinatie met de andere roodoog mutaties (lutino of bronze fallow) omdat dit de kwaliteit van de vogel in veel gevallen zal doen achteruitgaan en de meerwaarde van de combinatie klein is.

Referenties

Cooke D. & Cooke F. 1993. Keeping & breeding cockatiels. A complete guide. Blandford press, UK. 159 p.

Martin T. & Andersen D. 2007. A guide to cockatiels and their mutations as pet & aviary birds. ABK publications, 200p.

Van den Abeele D. 2013. Agaporniden, handboek en naslagwerk. Revised edition 2012-2013. Deel 2. 560p.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *