Geelwang

Rob Mertens - Geelwang man

Geelwang man – Rob Mertens

De eerste geelwang valkparkiet werd wellicht begin jaren 1990 gekweekt in Duitsland (Martin & Andersen, 2007). Hoewel deze mutatie dus binnenkort 25 jaar oud is, zijn geelwangen nog steeds vrij zeldzaam. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat veel geelwangen slecht kweken.

Bij de geelwang mutatie is de rode psittacine kleurstof in de wangvlek verdwenen of omgezet naar een gele kleur. Hoe of wat er precies gebeurt is totnogtoe onbekend, over psittacines valt nog zeer veel te onderzoeken en ontdekken. Verder wordt het uiterlijk van de vogel niet beïnvloed. De geelwang mutatie is uniek, in die zin dat ze enkel bij de valkparkiet voorkomt. Er bestaan langs de andere kant ook niet al te veel kromsnavelsoorten met een wangvlek …

Wat is nu precies het probleem met het kweken van de geelwangen? Eieren leggen doen ze meestal even vlot als de andere valkparkieten. Het aandeel bevruchte eieren ligt doorgaans iets lager, maar dat maakt het verschil niet. Want dan komt het grote probleem: de eieren uitbroeden. Als één van de partners in het koppel geen geelwang is, zal deze zijn shift bij het uitbroeden doorgaans goed volbrengen. Maar bij valkparkieten broeden beide oudervogels, de man overdag en de pop tijdens de nacht. Het gebeurt dat een (niet-geelwang) pop de broedtijd van haar geelwang partner overdag overneemt waardoor de eieren toch op natuurlijke manier en bij de eigen ouders uitkomen. Ook split geelwang mannen broeden doorgaans prima. Jongen grootbrengen gaat wat moeizamer dan bij andere valkparkieten, maar meestal wel succesvol. Geelwang jongen bij een pleegkoppel doen het even goed als wildkleuren of de meeste veelvoorkomende mutaties.

Geelwang pop

Geelwang pop – Bert van Gils

 

 

 

 

 

 

 

 
De oorzaak van het slechte broeden door de geelwangen is totnogtoe niet bekend. Veel kwekers gebruiken een pleegkoppel of een broedmachine (zie Kweken > Broedmachine) om de eieren van hun geelwangen uit te broeden. Zo lost het probleem zich op termijn niet op, maar tegelijk willen we toch ook dat de geelwang mutatie behouden blijft voor de toekomst!

Geelwang bont man

Geelwang bonte man – Bert van Gils

Geelwangen kan je herkennen in het nest op het moment dat de veren uit de stoppels tevoorschijn komen, meestal start dit met de vleugelpunten. Bij de andere mutaties schijnt de rode kleur op dat moment al zichtbaar door de stoppels heen, wanneer dit geel blijft heb je te maken met een geelwang. Het is wel opletten geblazen, want de eerste dagen dat de stoppels verschijnen, zien deze bij de meeste kleurmutaties geel!

Geelwang kan vlot gecombineerd worden met andere kleurmutaties, met uitzondering van bleekmasker en witmasker. Bleekmasker lijkt sterk op geelwang, als je deze mutaties zou combineren weet je al snel niet meer wat je kweekt. Aangezien dat beide mutaties nog zeldzaam zijn, is het aanbevolen dat deze gescheiden blijven in de kweeklijnen. Bij een geelwang witmasker is er niets meer te zien van het geelwang, daar de witmasker mutatie alle psittacine doet verdwijnen uit het verenkleed. Combinatie van geelwang met andere mutaties levert bijzonder mooie vogels op. De meeste geelwangen zijn gecombineerd met cinnamon, maar ook heel mooi is bv. de geelwang getekend, opaline geelwang, enz.

Referenties

Martin T. & Andersen D. 2007. A guide to cockatiels and their mutations as pet & aviary birds. ABK publications, 198p.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *