Lutino

Opaline-lutino popDe lutino is een geelwitte vogel met rode ogen en behoud van de oranjerode wangvlek. Deze laatste is bij beide geslachten ongeveer even intensief, door de afwezigheid van het eumelanine. De juiste benaming is eigenlijk ‘Ino’, maar gezien het algemeen gebruik van de benaming ‘lutino’ wordt deze ook hier gebruikt. De mutatie vererft geslachtsgebonden recessief. De lutino werd voor het eerst in de USA opgemerkt rond het jaar 1958 (Martin & Andersen 2007) en is daarmee een van de oudste kleurmutaties bij de valkparkiet. Verenonderzoek heeft uitgewezen dat de werking van de mutatie zich situeert bij de vorming van het eumelanine: de matrixen (omhulsel) waarin de eumelanine korrels zitten, zijn grotendeels ontbrekend of misvormd (Van den Abeele, 2013).

Toch is de lutino niet 100% vrij van eumelanine, zeer kleine hoeveelheden blijven aanwezig in het verenkleed. Er bestaat geen kleurmutatie die het eumelanine 100% onderdrukt. Mogelijk is dit een aanwijzing van hoe belangrijk dit pigment is in het functioneren van het lichaam. Met het ouder worden, krijgen de meeste lutino’s ook terug pigment in het oog waardoor dit donkerder kleurt. Soms wordt de iris zelfs opnieuw zichtbaar. Sommige kwekers denken dat ze dan te maken hebben met een clearpied ofwel ‘witte zwartoog’ (100% bont). De ‘flitstest’ kan dan uitsluitsel geven: op een foto met flits – bij voorkeur met verschillende vogels erop als vergelijkingsmateriaal – lichten de ogen van een lutino alsnog rood op. Lutino mannen krijgen met het ouder worden (ten vroegste na de jeugdrui) vaak ook een lichte waas over zich heen, die zalmkleurig tot zeer licht bruin kan zijn. Dit wordt soms verward met de combinatie lutino-cinnamon, deze laatste zijn echter dieper bruin van kleur en dan vooral in de vleugelpunten.

Opaline-lutino pop 2

Opaline lutino pop – George Steinz

Na het ontstaan werd de lutino al snel razend populair onder de valkparkietenkwekers, er zijn dan ook grote aantallen van gekweekt. Jammer genoeg werd daarbij niet altijd op de kwaliteit gelet. Formaat, kleur en bevedering laten vaak te wensen over. Het belangrijkste aandachtspunt bij de lutino is de kale plek achter de kuif, deze is helaas bij veel exemplaren vandaag nog aanwezig. Vooral de kweek van lutino tegen lutino lijkt dit te stimuleren, er lijkt dus sprake van een genetische aanleg. Het inzetten van splitvogels en regelmatig uitkruisen tegen onverwante vogels geeft betere resultaten. Toch wijst de praktijk uit dat eenmaal de kale plek achter de kuif aanwezig is in een lijn, deze er erg moeilijk helemaal uit te kweken is. Het is dus best om voorrang te geven aan de kweek met exemplaren die deze kale plek niet hebben, en dan nog de combinatie lutino X lutino vermijden en regelmatig uitkruisen met onverwante vogels. Bij het ontstaan van de lutino was er ook sprake van minder goed zicht bij een aantal vogels. Dit lijkt vandaag niet meer aan de orde, gelukkig!

Jonge lutino’s zijn herkenbaar in het nest vanaf de eerste dag door hun rode ogen. Zelfs wanneer de ogen nog niet open zijn, kan je deze kleur zien doorheen de oogleden.

Het geslachtsonderscheid is bij lutino’s moeilijker te maken door het ontbreken van het eumelanine. Toch is dit nog mogelijk: volwassen poppen behouden na de jeugdrui het spot patroon onder de vleugels, zichtbaar als een gele druppelvormige tekening. Ook houden zij het visgraatmotief in de staart, opnieuw enkel zichtbaar in het psittacine pigment (gele streepjes). Bij volwassen mannen zijn zowel de onderkant van de vleugel als de staart egaal geelwit gekleurd. Daarnaast bezitten poppen vaak meer psittacine in de lichaamsbevedering dan de mannen, ze zijn dus gemiddeld wat geler. Maar gezien hier veel individuele variatie op zit is het geen sterk punt voor het geslachtsonderscheid.

De ‘albino’ valkparkiet is de combinatie van lutino met witmasker. Net zoals bij de meeste andere kromsnavelsoorten bestaat er bij de valkparkiet vooralsnog geen kleurmutatie die op zijn eentje alle eumelanine én psittacine pigmenten onderdrukt. Daarvoor zijn twee afzonderlijke mutaties nodig: lutino en blauw. Bij de valkparkiet heeft de witmasker mutatie dezelfde werking als de blauw mutatie, genetisch gezien zijn deze dezelfde. De reden dat de witmasker valkparkiet niet blauw ziet, is te vinden in de vederstructuur (zie tekst over vederstructuur en kleurvorming).

Combinaties van lutino met andere mutaties zijn het best te maken met de psittacine mutaties (bleekmasker, witmasker en geelwang) of met opaline en/of cinnamon. Andere mutaties worden grotendeels tot geheel gemaskeerd door het lutino en zijn daarom geen meerwaarde als combinatie.

Referenties

Martin T. & Andersen D. 2007. A guide to cockatiels and their mutations as pet & aviary birds. ABK publications, 200p.

Van den Abeele D. 2013. Agaporniden, handboek en naslagwerk. Revised edition 2012-2013. Deel 2. 560p.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *